Het systeem van onze normstelling kent een bijzondere constructie. De inhoud van de normen wordt voor een groot deel gedragen door de praktijk: vakmensen die hun expertise en tijd in commissies en platforms stoppen om de veiligheid in de techniek te borgen. Zij zijn de inhoudelijke bron van de kennis.
De paradox zit in de organisatievorm. Terwijl de vakkennis uit de praktijk komt, ligt het beheer van deze kennis bij een centrale organisatie. Deze organisatie stelt de kaders en beheert de toegang. Expertise uit de markt wordt zo de grondstof voor een model waarbij de toegang tot diezelfde kennis achter een betaalmuur verdwijnt.
Het resultaat is een scheve verhouding. De mensen die de regels in de praktijk moeten toepassen en mede hebben vormgegeven, moeten betalen om die regels te mogen inzien. Het vakmanschap levert de inhoud, maar heeft geen invloed op de toegankelijkheid van het eindproduct. Veiligheid zou een gedeeld publiek goed moeten zijn, maar de huidige structuur maakt er een besloten kennismarkt van.