Op een dag bij Posthuma kwam er een dringende oproep van bouwbedrijf Siebenga: de bouwlift deed niks meer. Ik sprong op mijn brommertje en reed naar de bouwplaats. Daar werd ik opgewacht door een uitvoerder die de spanning er flink op had staan. Hij wees naar de lift die roerloos bij de steigers stond.
Ik liep naar het ding toe, bekeek het frame en de aandrijving, en liep weer terug. Mijn conclusie was kort: “Hier kan ik niks aan doen- en ik wil er ook niks aan doen.”
Dat schoot bij de uitvoerder in het verkeerde keelgat. “Wat ben jij voor een flutmonteur?!” De onverkwikkelijke opmerkingen vlogen over het terrein. Hij belde direct zijn baas, die er even later ook bij stond te blazen. De sfeer werd er niet gezelliger op. Ze bleven maar tegen me tekeergaan, zonder me de kans te geven om uit te leggen waarom ik daar met mijn gereedschapskist bleef staan.
Uiteindelijk werd mijn eigen baas, Sjoerd, gebeld. De heren van Siebenga hingen een verhaal op over onwil en slechte service. Toen ik Sjoerd aan de lijn kreeg, vroeg hij: “Wat is daar in hemelsnaam aan de hand?”
Ik zei alleen maar: “Sjoerd, het is een diesellift. Er zit geen snoer aan, maar een slinger.”
Het bleef even stil aan de andere kant. De heren van Siebenga stonden daar met hun rode koppen naast een machine die op compressie en brute kracht werkte, terwijl ze een elektromonteur hadden laten komen om het “defect” op te lossen. Het probleem was geen kapotte zekering of een los contact; de bron was simpelweg diesel, en de oplossing was een zwengel.