De man op de tak (en uw betonnen zwemvest)
In de vijftig jaar dat ik in de techniek werk, heb ik één ding geleerd: de natuurkunde onderhandelt niet. Als de tak door is, lig je beneden. Toch doen we net of de zwaartekracht een optie is, zolang we maar hard genoeg “groei” roepen.
De Staat heeft een gevaarlijk surrogaat bedacht: Papieren Veiligheid. Omdat de overheid de technische kennis niet meer in huis heeft, hebben ze toezicht vervangen door administratie. Ze hebben gevaar op papier simpelweg verboden. Maar een wet zonder handhaving is als een stoomketel zonder veiligheidsklep; op de tekening ziet het er prachtig uit, maar de druk wordt er niet minder om.
We exporteren het risico buiten ons gezichtsveld. Ik heb het gezien in Afrika: managers die thuis de wet prediken, maar daar met een schroevendraaier het typeplaatje van een ketel uit 1903 verwijderen om de ouderdom te verhullen. Waarom? Omdat de winst daar onze welvaart hier moet financieren. We laten mensen werken bij installaties die we hier allang als schroot hadden afgevoerd.
We leveren die mensen een betonnen zwemvest en noemen het ontwikkeling. We sussen ons geweten met vinkjes, terwijl we dondersgoed weten dat beton zinkt. De grond is verdomde hard. De vraag is simpel: heb je een ruggengraat die durft te weigeren, of ben je de volgende primaat die met een banaan in zijn hand de afgrond in zeilt?